De Veertiende Brief...

06-06-2018

Veertiende brief
25 mei 2018


Geachte heer burgemeester,
Geachte hoofdcommissaris,


Allicht gaat er bij het zien van deze (alsnog veertiende) brief ergens in Uw achterhoofden een belletje rinkelen. U zijt immers vertrouwd met het onderzoek naar het gestolen paneel van De Rechtvaardige Rechters en de brieven die de heer Goedertier anno 1934 onder de schuilnaam D.U.A heeft verstuurd. Wel, wij hebben met deze mail het voorrecht U mede te delen dat wij weten waar het schilderij van Van Eyck, dat in de nacht van 10 op 11 april 1934 in de hoofdkerk van Uw stad werd ontvreemd, zich bevindt.

Wij zijn van oordeel dat het beter is om U hier, in dit schrijven, niet uit te leggen door welke bewogen lotgevallen wij in het bezit zijn gekomen van die kennis. Dat is op zo'n verwarde wijze gebeurd, dat de plaats waar het kostbare werk berust waarlijk slechts aan ons is bekend.

Wij stellen dan ook voor om U een dezer bij een gesprek alles over onze succesvolle zoektocht uit de doeken te doen, zodat U zelf een oordeel kunt vellen over de juistheid en het waarheidsgehalte onzer vondst en de bergplaats van het paneel kunt beschermen tegen vrijmoedige schattengravers en ander onguur gespuis.

Tot slot citeren wij hier graag de woorden waarmee Arsène Goedertier in 1934 zijn veertiende en laatste aan de bisschop gerichte, maar nooit verstuurde brief besloot:
’Ge moet toegeven dat wij ons met alle middelen hebben ingespannen om de terugkeer van het meesterwerk te bevorderen en dat het alleen van u afhangt of alles afgehandeld wordt zonder al te veel schade en verbittering.’

Intussen bieden wij u, heer burgemeester en hoofdcommissaris, de verzekering van onze beleefde hoogachting.

G.M.d.B.

De veertiende brief van Marc de Bel en Gino Marchal wordt op vrijdagochtend 15 juni voorgesteld in het Stadhuis in Gent. Daarna zal het boek ook overal te koop zijn.

Alle nieuwsartikelen

 

Copyright © 2018 - Van Halewyck maakt deel uit van Pelckmans uitgevers.
Algemene voorwaarden | Privacy | Cookies